Geschiedenis Vatana Beringen

De start aan het Casino…

 

De bloei van het culturele en sportieve leven in de provincie Limburg is ontegensprekelijk verbonden met de expansie van de Kempische steenkoolmijnen in de regio van West-Limburg.

 

Tegelijk met de bouw van het Casino in de jaren ’50, werd in het park ernaast een basketterrein aangelegd. Zaakvoerder René Servall plaatste een oproep in het Casinokrantje voor de oprichting van een basketbalploeg.

Willy Bertrands, die sportschool volgde in Gits, reageerde op de oproep en samen met enkele kandidaten vormde hij de eerste Beringse basketbalploeg.

 

Alzo werd op 20 augustus 1953 de club opgericht met Constant Decreton als voorzitter. Willy Bertrands gaf er de eerste trainingen aan 15 jongens en 25 meisjes. Op die eerste training was maar één bal voorhanden.

 

Aanvankelijk werden enkel vriendenwedstrijden betwist met het doel deze, toch wel erg technische sporttak, onder de knie te krijgen.

 

In 1954 sloot de club dan officieel aan bij de Koninklijke Belgische Basketbalbond onder de naam ‘Casino Basketbalclub Beringen’ en kreeg het stamnummer 0816 toebedeeld. De clubkleuren waren : rood-wit.

 

De steun van de kolenmijnen van Beringen was niet vreemd aan de bloeiperiode die de club in de aanvangsjaren kende. Het eerste jaar in competitie wist men reeds de 3e plaats te veroveren o.l.v. F. Nieus. Het daaropvolgend jaar eindigde men eerste in hun reeks, maar werd de promotie gemist in de testwedstrijd tegen VTS Hasselt (nu Orly).

 

Het ledenaantal bleef groeien zodat ook gestart werd met jeugdploegen. Het buitenterrein diende voor elke training en wedstrijd geveegd te worden. Bij sneeuw en ijzel bestond de opwarming uit sneeuwruimen en zout strooien. De kelder van het Casino, voorzien van stromend water en centrale verwarming, diende als kleedkamer daar waar dit bij de andere clubs vaak in een gammel schuurtje diende te gebeuren. De verplaatsingen gebeurden met een oude legervrachtwagen die beschikbaar werd gesteld door de koolmijn. Elk jaar werd een kermistornooi ingericht, met deelname van binnen- en buitenlands clubs.

 

De kolencrisis midden jaren ’60 had ook zijn weerslag op de groei van de club. De noodzakelijke financiële en materiële ondersteuning van de Kolenmijn draaide op een lager pitje en dit had ook sportieve gevolgen. Elke nieuwe ingenieur werd een jaartje voorzitter  en dit verklaart waarom het clubleven op een laag pitje brandde. Nochtans waren er in de club enkele mensen met leidinggevende capaciteiten. We denken hierbij aan Marcel Hermans en Willy Bertrands die de bloei van de Limburgse Basket mee gedragen hebben.

 

De clubambities bestonden er enkel nog in om tegen de leidersploegen te winnen. In die moeilijke jaren waren het  vnl. Richard Heyligen en Kamiel Daniels die de club recht hielden. Willy Bertrands en René Vanheel bekommerden zich, met succes, om de jeugdwerking.

 

Soms kon er (wekenlang) niet gespeeld of getraind worden op het buitenterrein omdat TV-wagens dit inpalmden tijdens voorstellingen in het Casino.

 

In 1967 kon de degradatie naar de, inmiddels opgerichte, 2e provinciale reeks niet vermeden worden. Het seizoen 1968-1969 zou ook het laatste worden aan het Casino-gebouw. 

 

Elke voorzitter (ingenieur) zorgde voor een clubsecretaris (mijnbediende). Toen op een dag deze bediende op het werk ruzie kreeg met zijn ingenieur-voorzitter, nam hij ontslag als secretaris van de club. Het hele hebben en houden van de club werd, ongevraagd, aan de deur gedeponeerd van speler Freddy Vroom. Daarmee werd hij dan de nieuwe secretaris-schatbewaarder. Veel geld had hij niet te beheren. De enige inkomsten kwamen uit de lidgelden, het jaarlijkse bal en van een kleine tombola. Inkom op de wedstrijden werden niet gevraagd, want er was meestal maar 1 supporter, m.n. de “Witte Mangelschots”.

 

Na 15 jaar kwam een einde aan “Casino Basketbal Beringen”.

 

De college-periode

 

Met een lege clubkas en de nog resterende spelers werd koers gezet richting Sint-Jozefscollege van Beringen, waar zopas de sporthal was voltooid.

Het waren René Vanheel en Theo Nijs die de club rechthielden. Op 18 mei 1969 werd op het gemeentehuis van Beringen de club nieuw leven ingeblazen. Aanvankelijk waren maar 10 spelers ingeschreven en toch werden 3 ploegen ingeschreven voor de competitie. Via een goed uitgekiende recrutering vonden vlug heel wat jonge spelertjes hun weg naar de sporthal in Beringen.

 

Het nieuwe en dynamische bestuur onder het voorzitterschap van Achiel Thijs en secretaris Etienne Corthouts, bijgestaan daar Fons Bleux, Freddy Vroom, Theo Nijs, René Vanheel, e.a. veroverden onmiddellijk al de titel in 2e provinciale. In een nokvolle (< 500 toeschouwers) collegezaal werd op 24 april 1971 de promotie afgedwongen.

 

De inmiddels tot “Zillertal Beringen Basketclub’ omgedoopte club bleef hoge toppen scheren in heel Limburg. Het clubleven werd bruisend, de vele artikels in de kranten werden in dikke plakboeken opgeslagen, het clubblad zag zijn levenslicht en er werden heuse disco-avonden ingericht. Met de reis naar Bad-euenahr (D) werd de promotie naar 1e provinciale gevierd.

 

Het basket in Beringen was nu echt gelanceerd. De reserven speelden ook kampioen en ook verschillende van onze jeugdploegen streden mee voor de titel. De Beringse ‘jeugdwerking’,onder impuls van René Vanheel, was in het hele land gekend en geroemd. Inmiddels was Beringen de grootste club van de provincie Limburg geworden.

 

Om in 1e provinciale een goed figuur te slaan werden verschillende waardevolle spelers aangetrokken. Vooral Henri Snellings werd een echte aanwinst. Maar de eigen jeugd kwam, niet onterecht en een gevolg van de succesvolle jeugdwerking, ook haar plaats opeisen in het team. Ondanks deze weelde aan talenten en ondanks de toenmalige Limburgse trainer nummer één, Marcel Moermans, kon er geen echt team tussen de lijnen gezet worden. In de testwedstrijd tegen St. Truiden, en na verlengingen, werd de promotie naar de nationale reeksen misgelopen. Ook het jaar nadien eindigde men op de tweede plaats.

 

Beringen kreeg het parool “Eeuwige 2e opgezadeld.

 

Gelukkig bleef men niet bij de pakken zitten. Bij het streven om een plaatsje in de nationale reeksen te bemachtigen, bleef men de club in de breedte uitbouwen. Er kwamen steeds meer jeugdploegen bij. Ook de meisjes kregen spelgelegenheid. In 1974 werd de naam gewijzigd in “G.A. Beringen”.

 

Tegelijkertijd drong zich een drastische koerswijziging op. De vroegere transfers verdwenen en voor het eerst startte men, de jeugdpolitiek indachtig, met een eigen spelersploeg. Leo Goyens, bijgestaan door René Vanheel, kregen de opdracht deze piepjonge ploeg binnen de lijnen te brengen. Ondanks het gebrek aan ervaring (én overwinningen) brak weer een nieuwe periode van bloei aan voor de club. Door de inbreng van eigen spelers en supporters (die goed opgevangen werden onder de sporthal) stond de basket er weer in Beringen. Samen met de volleybal en de judo werd zelfs een heus clublokaal (Club 3) opgericht bij de (alom gekende) ‘De Schipper’.

 

In het seizoen 1975-1976, miste men weerom, o.l.v. proftrainer Leo Goyens, de promotie. Het seizoen daarop dan maar met Lark Bryant als speler-trainer en de eerste Amerikaan in ons team. Samen met Bryant werd ook rasbasketter Karel Vandebroek binnengehaald. De ploeg speelde dan ook vlot kampioen.

Eindelijk de lang nagestreefde promotie naar nationale.

 

De eindelijk verworven plaats in nationale wilde men niet zomaar prijsgeven. Eigenlijk bleek deze reeks gemakkelijker te zijn dan 1e provinciale. Een nieuwe Amerikaan werd binnengehaald: George Borojevich. Dankzij hem kon de ploeg mee in de running voor een nieuwe promotie. Robert Marchant was de coach van dienst die onze club, samen met Runxter, naar 3e nationale loodste.

 

Ineens was Beringen een topclub geworden. Het enthousiasme binnen de club was dan ook erg groot om het eerste seizoen in 3e nationale aan te pakken. Het seizoen 1978-1979 zou, met de nieuwe coach Harry Snellings en de nieuwe Amerikaan Tom Holland (2,09 m), één van de mooiste uit de clubgeschiedenis worden. Aangetreden werd in de sporthal van Koersel. Voor de jeugdploegen bleef het college te Beringen de vertrouwde thuisbasis. Het seizoen werd afgesloten met (weeral) een 2e plaats.

 

Het seizoen daarop nam Robert Dekeyser over en geraakte met deze ploeg zelfs 6 ronden ver in de beker van België. In het seizoen 1980-1981 opteerde men jeugd meer kansen te geven en werden in het tussenseizoen 2 grote talenten binnengehaald (Jos Rayen en Marcel Put).

 

In het seizoen 1981-1982 bleef men de eigen jeugd kansen geven. De competitie werd schitterend geopend en de jeugd bleef uitblinken. Ondanks 8 nederlagen eindigde men alweer op een onverhoopte 2e plaats. Via de eindronde bleef er zelfs nog hoop om door te stoten naar 2e nationale. Men verloor van Kontich met 83-85 doch omdat er een bijkomende stijger werd aangeduid, werd de promotie naar 2e nationale toch gerealiseerd.

 

Deze promotie was voor voorzitter Achiel Thijs het signaal om het voorzitterschap door te geven aan Cyriel Coomans. Onder het voorzitterschap van Achiel steeg te club van 1e provinciale naar 2e nationale.

 

Omwille van de late eindronde konden geen nieuwe spelers aangetrokken worden en werd in 2e nat gestart met dezelfde ploeg. Deze ploeg was echter te jong en had te weinig ervaring zodat het verblijf in 2e nat zich beperkte tot 1 jaar. Toch onthouden we voor dat jaar de trip naar Finland, de basketkampen in Carlsbourg en Eeklo en de “Golden Sportrace” die de club een cheque van 100.000 Bef opleverde.

 

De ambitie om zo vlug mogelijk terug naar 2e nationale te gaan bleef bestaan. In het seizoen 1985-1986 was het dan zover. Aanvankelijk liep het niet zo gesmeerd, ondanks de goede wil van spelers en coach Leo Goyens. Versterking werd binnengehaald: Etienne Bodson, de Brusselaars Leemans en De Ridder en het jaar daarop  (1986-1987) kwam ook nog Govaerts de rangen vervoegen. Er werd dat jaar 2x gewonnen tegen een eersteklasser en er werd doorgestoten tot de 1/8e finales van de beker van België.

Deze ploeg bleek de succesformule te zijn om de promotie naar 1e nationale af te dwingen.

In het seizoen 1987-1988 was het dan zover: Onder leiding van coach Robert De Keyser speelde men op 19 maart 1988 kampioen in 2e nationale na een overwinning op en tegen Turnhout (78-83). Gerenommeerde tegenstanders en andere favorieten werden het nakijken gegeven. Een turbulente competitie werd succesvol afgesloten. In de beker van België stootte men door tot de ¼ finales.

 

Het absolute hoogtepunt: 1e nationale… (1988-1989)

 

Met heel veel geestdrift werd het seizoen in 1e klasse voorbereid.

De clubstructuur werd grondig vernieuwd. Het ‘Sportcafé’ werd ingericht als clublokaal. Het aanpalend gebouw werd ingericht als onderkomen voor de ‘Amerikanen’. En die zouden er zeker komen. Dat stond als een paal boven water. De keuze viel uiteindelijk op Winford Boynes (speelde ooit in de NBA) en Victor Morris. Met deze laatste liep het al vlug mis omwille van kwetsuren en ‘niet-in-orde-zijnde-papieren’. Daarop werd de boomlange Todd Anderson (2,10 m) bij voorzitter Coomans ondergebracht.

 

De resultaten bleven uit en men bleef onderaan de rangschikking bengelen. Coach Robert De Keyser werd vervangen door Claude Hotterbeeckx, met met hem ging het van kwaad naar erger. Bovendien verdween Winford Goynes met de noorderzon en werd Todd Anderson wandelen gestuurd.

Henry Snellings wisselde zijn job van manager met die van coach en de Amerikanen Johny Martin en André Mc Cloud werden binnengehaald. Johny Martin bleek snel de zwakste Amerikaan in het Belgisch basket te zijn, daar waar Mc Cloud de ene knappe prestatie na de andere neerzette.

Beringen sleepte zich naar het einde van de kompetitie en eindigde met slecht drie (thuis)overwinningen. Terug naar 2e nationale en het jaar daarop zelfs terug naar 3e nationale.

 

1990 tot nu: een goede 3e nationaler

 

3e Nationale lijkt zowat de reeks die voorbestemd is voor Beringen. In het seizoen 1990-1991 was men, o.l.v. Luc Vanhille, dicht bij een promotie naar 2e nationale. De testwedstrijd tegen Brabo, als tweede geklasseerden in de 2 reeksen van 3e nationale, werd na een spannende strijd verloren.

 

Intussen passeerden er een groot aantal coaches en ook spelers de revue. Zo was Rik Xhayet een aantal jaren een belangrijke aanwinst. Zo ook Marc Demoulin, Joël Vanderbemden, Patrich Schelkens en vele anderen deelden de plaatsen in het team met de Beringenaren Marc Heselmans, Ludo Horions, Geert Vervoort en Bert Jorissen.

 

In 1993 gaf voorzitter Coomans het voorzitterschap van de club door aan André Lemmens. Cyriel Coomans werd bondsvoorzitter van de Belgische Basketbal-bond.

 

In 1996 gaf André Lemmens, die het beroepshalve te druk kreeg, de fakkel over aan oud-speler Frits Frederix. Dat jaar werden ook nog Geert (De Jager) Wauters, Oliver Neyens en Gert Knaepen (2,04m) ingehaald. Naast Marc Heselmans, Bert Jorissen en Geert Vervoort, werd teruggegrepen naar de eigen Beringse jeugd : Wim Swerts en Kris Lemmens. Later op het jaar werd Ludo Horions nog als coach aan dit Berings-lijstje toegevoegd. Het behoud werd dan ook nog behoorlijk snel bereikt.

 

Omwille van het systeem van groepslicenties en het volledig vrije transfersysteem (na Bosmans-arrest) leek het seizoen 1997-1998 dan ook opnieuw een moeilijk seizoen te worden. Geert Vervoort, Erik Jungbluth, Oliver Neyens en Geert Wauters verlieten de club. Dit bracht de eigen jeugd weer op het voorplan ook al ontbrak het hen aan ervaring. Enkel Peter Thijs (ex Bree) kwam de groep versterken; doch algauw bleek dat de nieuw aangetrokken coach Guy Bormans het moeilijk zou krijgen. De degradatie naar 4e nationale kond niet ontlopen worden.

 

Coach Frank Baekelmans (1998-1999) kreeg van de nieuwe voorzitter Louis Luts de opdracht mee zo snel mogelijk terug richting 3e nationale te steveren. Met een mix van eigen jeugd- en binnengehaalde spelers werd de promotie nipt gemist (2e plaats). Maar het daaropvolgend seizoen was het raak. Met een bijgestuurde groep werd de promotie naar 3e nat. opnieuw afgedwongen. Onze ploeg werd zelfs algemeen kampioen 4e nationale.

 

Deze ploeg vormt momenteel de ruggengraat van de huidige ploeg die systematisch aangevuld wordt met talent- en beloftevolle juniors. Ludo Horions werd, na Fons Verwimp en Joris Swillen, terug binnengehaald (2003-2004). Zijn taak is het om de aanwezige ervaring ten dienste te stellen van het eigen opkomend talent en alzo Beringen een ploeg te bezorgen voor de (onmiddellijke) toekomst.

 

Verschillende jaren was Beringen een goede middenmoter in 3de klasse.

 

Op het einde van het seizoen 2005-2006 werd de beslissing genomen om een stap terug te zetten. Alle spelers, op een 3tal speler na, en coach Horions mochten indien zij dit wilden andere oorden opzoeken.

 

Het seizoen 2006-2007 werd onder de leiding van Driessen Gerit de competitie aangevat in 1ste prov. Met Gijbels Kristof, Cuypers Chris en Reynaert Koen stond er geen maat op onze ploeg. Tegenover 25 overwinningen stond er 1 nederlaag.

Beringen werd dan ook eerste met een straatlengte voorsprong.

 

Het seizoen 2007-2008 werd er één om zo snel mogelijk te vergeten. Beringen kon maar niet winnen en eind november kwam oude getrouwe Baekelmans Frank Driessen Gerrit vervangen. Maar ook hij kon het tij niet keren zodat de degradatie naar 1ste prov niet vermeden kan worden. Hierdoor verlieten verschillende spelers de club.

 

Bij aanvang van het seizoen 2008—2009 kwamen de gebroeders Cox (Koen, Stijn en Pieter), na een aantal jaar bij andere clubs te hebben gespeeld terug naar Beringen. Samen met coach Hendriks Mario, hij zou 5 seizoenen de coach zijn, kwamen ook Hannes Rik en De Leeuw Seppe bij onze club.

De titel werd behaald op de voorlaatste speeldag in en tegen rechtstreekse concurrent Alken.

 

Het seizoen 2009-2010 werden verschillende jeugdspelers, Reynders Michiel, De Backer Toon en Kennes Wouter, de kern versterken. Tijdens het seizoen kwam Hannes Wouter (broer van) de rangen versterken.

 

De volgende seizoenen werden er nog een aantal jeugdspelers doorgeschoven naar onze Aploeg. Tevens het vermelden waard was de terugkeer van Tiri Dieter op het einde van het seizoen 2011-2012.

 

Een verrassing bij aanvang van het seizoen 2012-2013:met Uzkuraitus Vidmantas had Beringen terug een buitenlandse speler (Litouwen). Om lengte in de ploeg te brengen kwamen Geerdens Bart over van Zolder en Renkens Willem over van Leuven. Verder kwamen er ook een aantal talentrijke jongeren: Vanoverstijns Gert-Jan, Van Damme Sean en Achaaray Soufyan de kern versterken. Dit seizoen was het laatste van Hendriks Mario als coach van onze a-ploeg.

 

Mario bleef wel bij de club: namelijjk als jeugdcoördinator en coach van een landelijk jeugdteam.

 

Voor het seizoen 2013-2014 werd er een Antwerpenaar, Dillen Dieter, binnengehaald als coach. Quesnel Rick en Jatulevicius Vaidotas werden als versterking binnengehaald.

 

Aanwinsten voor het seizoen 2014-2015 waren De Vleeschauwer David, Francois Frederick en De Leeuw Seppe (na 1 seizoen Hasselt terug). Verder werden er regelmatig landelijke kadetten opgenomen in de kern. Coach Dillen kreeg eind februari te horen dat hij na het seizoen mocht uitkijken naar een andere club.

 

Aanvang 2015 werd er een eerste keer gesproken over een fusie met de buren uit Beverlo. Op 26 maart werd deze fusie op een algemene vergadering goedgekeurd.

 

De fusieclub zal vanaf het seizoen 2015-2016 aantreden onder de naam KBBC MINERS Berigen. Als coach zal Cox Pieter de a-ploeg onder zijn hoede nemen. De b-ploeg zal gecoacht worden door Vanstiphout Mike.

Wedstrijden worden gespeeld in Beverlo (seniors en miniemen) en Koersel (alle andere jeugdteams)